De jian, introductie tot het Chinese rechtzwaard

Door Peter Dekker

Beknopte geschiedenis van de jian

Jian is het Chinese woord voor het dubbelsnijdende rechtzwaard. Korte bronzen versies van dit wapen werden al ruim 2500 jaar geleden gebruikt op de slagvelden van de Lente en Herfst periode (8e tot 5e eeuw vóór Christus) waarin China nog bestond uit een aantal feodale staten. De eerste stalen versies van jian dateren naar alle waarschijnlijkheid uit de Han (206 v. Chr. - 220 na Chr.) dynastie, en met dit verbeterde materiaal was ook de lange jian mogelijk. De jian is een veelzijdig zwaard dat goed kan snijden en steken, maar door de rechte vorm is het boven alles geschikt voor steken.

 

Jian



Fig 1. Een Chinese "militia" jian uit de mid. 19e eeuw. Waarschijnlijk is dit zwaard gebruikt door de lokale stadsverdediging om rebellen mee te bevechten in de tijd van Yang Luchan.

De jian bleef tot in de late Ming (1368-1644) dynastie in gebruik in het Chinese leger, maar werd uiteindelijk vervangen door dao, sabels die sterk gebaseerd waren op de sabels die de Mongoolse bezetters in de 14e eeuw mee naar China namen. Redenen voor de transitie zijn niet helemaal zeker, maar hebben waarschijnlijk te maken gehad met veranderingen op het slagveld zoals meer gebruik van cavalerie. Sabels werken beter voor cavalerie omdat bij het steken vanaf een galloperend paard de kans groot is dat het zwaard blijft zitten in het doel en men het verliest, mogelijk daarbij de eigen arm verwondend. Andersom werkt een gekromd zwaard ook beter tegen inkomende cavalerie, om dezelfde redenen. Daar de Chinezen in deze tijd voornamelijk tegen de legers te paard uit de Noordelijke steppe vochten kan dit goed de reden geweest zijn voor de verandering.

 

jians
Fig 2. Drie "wu jian" zoals gebruikt door militia. De bovenste twee zijn 17 eeuws, de
onderste 19e eeuws. Ondanks verschil in lengte wegen ze allen zo'n 900-1000 gram.
Nu in privé collecties in Rusland en Engeland.

 

In de Qing (1644-1911) dynastie bestond het leger van China uit het Chinese "Groene Leger" en uit acht elite Manchu vaandels die voornamelijk uit cavalerie bestonden. Voor deze troepen was de sabel vaak het tweede wapen na de musket, pijl en boog, of speer. De jian werd alleen nog gedragen door een rijke geschoolde civiele elite, vaak mandarijnen die de zware staatsexamens hadden gehaald en het wapen droegen als een symbool van hun status en gecultiveerde persoonlijkheid, en ook voor zeflverdediging. Toch kwam de jian in de 19e eeuw weer terug op het slagveld toen vele rebelieën het land bedreigden. Lokale civiele landheren die iets te verdedigen hadden of mandarijnen die aan het hoofd van de lokale stadsdefensie stonden grepen terug naar hun vertrouwde wapen, de jian, om de aanvallers te lijf te gaan. In deze tijd zijn er dan ook vele simpele maar erg functionele jian gemaakt die verzamelaars meestal "militia jian" of "tuanlian jian" noemen. Dit zijn vaak zware maar goed gebalanceerde jian van erg goed staal en meestal ook met ijzeren fittingen maar met een meer rustieke afwerking dan de elite zwaarden. Jian van de literati hadden vaak messing fittingen met vormen van zoömorphische dierenhoofden in de stootplaat, en waren veel mooier afgewerkt. Omdat militia wapens vaak uit veiligheid centraal werden opgeslagen, hebben deze wapens vaak geen schede waar literati soms prachtige schedes hadden van hardhout of schedes bedekt met roggenhuid. De jian werd meestal op de linkerzijde gedragen met het hilt naar voren of naar achteren. Dragen op de rug kwam zelden voor, alleen tijdens een reis. Het snel trekken van een zwaard uit een vaste schede vanaf de rug is namelijk bijna onmogelijk.
 

Manda

Fig 3. Een Mandarijn in zijn officiele gewaad met winterhoed. Mandarijnen
genoten een hoge status en families gaven vaak hun hele fortuin om een zoon de
educatie te geven die nodig was om een kans te hebben de examens te halen.
Het waren de Mandarijnen die in tijden van nood de militia organiseerden.

De antieke jian en zijn constructie

Soorten jian

De jian komt er in vele versies: De standaard versie die we allemaal kennen van taiji is de changjian of "lange jian". Er zijn ook zeer korte jian, die duanjian heten en qua lengte tussen een zwaard en een dolk in zitten. Ook zijn er dubbelhandige jian, de zogenaamde shuangshoujian met normale bladlengte maar lange grip, of extreem lange shuangshoujian van tot wel 160 cm in totale lengte. Naast de jian voor oorlogsvoering en literati jian voor zelfverdediging die vaak slechts verschilden in afwerking en materiaal van de fittingen had men ook rituele Taoistische jian. Laatstgenoemde jian waren dikwijls erg mooi afgewerkt maar niet goed gehard zodat ze vaak geen echt functioneel wapen zijn. De meest voorkomende jian zijn late 19e / vroege 20e eeuwse korte jian (kort zodat ze in de koffers van die tijd konden) die gemaakt zijn voor de handel aan buitenlandse touristen. Deze jian hebben weinig waarde en zijn soms van een foto lastig te onderscheiden van het echte werk. Waak missen ze het gewicht om echt als wapen te dienen en zijn alle onderdelen kwalitatief wat minder afgewerkt. Sommige jian hebben zeven puntjes ingelegd in het blad van messing, koper of andere metalen. Deze stellen de Grote Beer voor, waar o.a. in de Taoistische symboliek het tijdstip van de dood in vastgelegd staat. Door de sterren op een zwaard af te beelden, verplaatste men wellicht deze beslissing van de hemel naar het zwaard. De zeven sterren komen voor zowel op rituele zwaarden, literati zwaarden, militia zwaarden als touristen curio's en zeggen op zichzelf weinig over de kwaliteit of historie van het zwaard in kwestie. Tot slot is er onderscheid tussen zogenaamde wu jian en wen jian, vertaald als martiale en civiele jian. Vaak word er gedacht dat de martiale jian groter is, maar meestal is dit niet zo. Over het algemeen zijn ze vaak zelfs iets korter dan de civiele jian, en zit het onderscheid voornamelijk in de afwerking van het blad en vorm en het materiaal van de fittingen.

Populaire mythen over Chinese jian

Er zijn vele mythen over Chinese wapens, en verassend genoeg komen de mythen vaak uit China zelf waar men na de Culturele Revolutie onthecht is geraakt van haar ware cultuur en geschiedenis. Hieronder een aantal voorbeelden van mythes die ik in de zwaardenhandel nog regelmatig tegen kom:

De "oorlel regel" van jian lengte
De lengte van de jian zou, in de linkerhand gehouden met de punt naar boven, tot de oorlel moeten komen. Antieke eenhandige changjian zijn meestal iets korter dan dit, en dit maakt ze iets sneller en beter te hanteren. Antieke changjian vallen ook in een minder ruim gebied van lengtes dan men zou denken wanneer dit echt het geval zou zijn. Er word ook gedacht dat antieke jian korter zijn omdat Chinezen kleiner zijn (of waren). Dit is wel het geval met de Zuiderlijke Chinezen, die groep die het meeste over de hele wereld te vinden zijn. Chinezen echter uit andere delen van het land waren helemaal niet zo klein, sommigen zelfs tussen de 180 en 200 cm zoals uit oude Qing harnassen valt af te leiden.

De ware jian zou flexibel zijn
In film en vechtkunst word tegenwoordig vaak een flexibel jian-vormig ding gebruikt. Deze stamt echter niet af van de jian zoals deze zijn gebruikt op de slagvelden, maar vind zijn oorsprong in de Chinese opera en toneelwereld. Toen Mao Zedong tijdens zijn regime het gebruik van echte wapens verbood, verving menig vechtkunstenaar noodgedwongen zijn zwaarden met deze toneelzwaarden. Inmiddels zitten deze zwaarden zo ingebakken in de kunst en in films dat velen niet beter meer weten en er de wildste verhalen rond gaan over het gebruik van flexible jian op het slagveld. Alle antieke jian die zijn gesmeed voor de strijd zijn zeer rigide wapens, omdat ze anders niet de volledige kracht van een steek- of snijaanval kunnen overbrengen. Het is ook onmogelijk om een zwaard te maken dat zo flexibel is en toch hard genoeg is om een degelijke rand te houden. Dit was ook precies de reden waarom Mao wel de flexibele toneelzwaarden toeliet: ze waren immers niet gevaarlijk meer en met zulke lichte zwabberende zwaarden kon men de kunst niet meer leren zodat deze later effectief met een echt zwaard te gebruiken was.

Gewicht en balans
De voorgaande mythe over flexibiliteit had nog twee bijeffecten: Men is vaak begonnen te denken dat deze zwaarden ook juiste representaties waren van het gewicht en de balans van een echte jian. Echte jian zijn vaak een stuk zwaarder omdat men naast snelheid ook slagkracht nodig had. Ook lag de balans een stuk meer naar voren, om meer gewicht in de kling te hebben voor het snijden. Men moet niet vergeten niet dat men vroeger vele lagen zijde, katoenen en wollen kleding droeg ter bescherming op het slagveld en hier was moeilijk doorheen te komen. Een zwaarder wapen bood nog wel genoeg slagkracht om zelfs bij een niet perfecte snede nog schade te doen door een harde klap te geven.

Zwaardpluimen
Vandaag de dag word bijna elke jian uitgerust met een zwaardpluim. De pluim zou in training helpen met het vloeiender uitvoeren van de bewegingen, en in de strijd hebben gediend om de vijand af te leiden. In realiteit komen ook deze pluimen weer uit de Chinese opera- en toneelwereld. Echte jian hadden hooguit een simpel koord dat om de pols kon om verliezen te voorkomen. Dit koord is op toneel en voor tijdens militaire parades tot grote, prachtige vormen geevolueerd. Op het slagveld echter, zat zo'n pluim alleen maar in de weg. Een ervaren zwaardvechter zal er niet door afgeleid worden en de pluim geeft zelfs een hint naar waar het zwaard gaat komen want bij vele slagen, jawel, komt eerst de pluim en dan het zwaard. Ook is de kans op verstrikking groot omdat men in een echt gevecht genoodzaakt is vele niet zo vloeiende maar juist erg plotselinge bewegingen te maken.

Taiji zwaard
Tot slot is er nog de mythe dat er een taiji zwaard zou bestaan dat exclusief voor deze kunst is ontworpen. In werkelijjkheid werd er maar zeer zelden een wapen gemaakt voor een nieuwe vechtstijl. Men gebruikte doorgaans gewoon wat er was, en vormde daar de stijl omheen. Het ontwerpen van nieuwe wapens stond net zo min op de agenda van vechtkunstenaars als dat soldaten van nu zich bezig houden met het ontwerpen van geweren. We weten nu dat de jian zoals hij gebruikt word in taiji er al lang was voordat taiji zijn huidige vorm kreeg.

Conclusie

De Chinese jian heeft een geschiedenis van ruim 2500 jaar en is inmiddels door film, moderne wushu en taiji ongetwijfeld een van de meest bekende zwaarden uit de Chinese vechtkunst geworden. Toch weten slechts weinig mensen hoe een echte jian gemaakt is, hoe ze eruit zien, hoe en waar ze werkelijk gebruikt werden en hoe ze voelen. Ik hoop met dit artikel wat meer duidelijkheid geschapen te hebben over de echte Chinese jian, en wellicht meer mensen te interesseren voor dit bijzonder veelzijdige type zwaard.

Bronnen voor dit artikel

In een zo met mythes doordrenkte wereld als de Chinese krijgskunde en geschiedenis zijn zij die serieus onderzoek willen doen gedwongen zich te beperken tot strict primaire bronnen als oude texten, vroege foto's, kunstwerken en antieke gebruiksvoorwerpen. Zo was de basis voor dit artikel een jarenlange zoektocht door zulke bronnen, het vertalen van oude texten, het verzamelen van antieke wapens en het bezoeken van experts, privé collecties en musea over de hele wereld. Een avontuur dat vaak controversiele maar meer betrouwbare feiten oplevert dan de mondelinge overleveringen die vele generaties na de slagvelden vaak lang niet meer accuraat zijn.

Over militia in de late Qing
Kuhn, Philip; Rebellion and its enemies in 19th century China

Over de mandarijnen
Jackson, Beverly & Hugus, Davis; Ladder to the clouds